Statuten

STATUTEN bij oprichting van Stichting Phileo

Artikel 1

NAAM EN ZETEL

  1. De stichting draagt de naam: Stichting Phileo.
  2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Almere.

Artikel 2
DOEL

De stichting heeft ten doel:

a. het helpen van mensen in Polen wanneer deze een
nood hebben, en trachten de leefomstandigheden in het algemeen te verbeteren. Dit doet zij vooral samen met, of via lokale kerken en instanties om een relatie te
kunnen onderhouden. De hulp aan mensen beperkt zich niet tot gelovigen. Wel streeft de stichting ernaar om door middel van de hulp de onvoorwaardelijke liefde van Christus aan de hulp ontvanger te tonen.
Naast het helpen van armen heeft de stichting ook uitdrukkelijk tot doel het evangelie van Jezus Christus te verspreiden, verkondigen en uit te leven.

De stichting tracht haar doel te bereiken door in Polen acties of activiteiten (structureel) te organiseren waarin incidentele materiele of immateriële hulp wordt aangeboden, het evangelie kan worden verkondigd en relaties worden gelegd.

De stichting zal gebruik maken van alle mogelijkheden en materialen die haar goeddunken om mensen te bereiken en met hen in contact te komen. Indien de stichting keuzes moet maken in wie zij kan helpen, maakt ze gebruik van lijsten met de financieel meest hulpbehoevende mensen die verkregen kunnen worden via scholen of burgemeesters van dorpen en steden;

b. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de
ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.

Artikel 3.
BESTUUR: SAMENSTELLING EN WIJZE VAN BENOEMEN

  1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur vast te stellen aantal van ten minste drie bestuurders.
  2. De bestuurders worden benoemd en geschorst door het bestuur. In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen door één persoon worden vervuld.
  3. De bestuurders worden benoemd voor onbepaalde tijd.
  4. Ingeval van één of meer vacatures in het bestuur behoudt het bestuur zijn bevoegdheden.
  5. De bestuurders ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden.
    Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.
  6.  Een bestuurslid dient actief lid te zijn van een christelijke kerk of gemeente, en een levende relatie te hebben met Jezus Christus. Het bestuurslid is wedergeboren, gedoopt door onderdompeling en zal een overeenkomstig leven leiden. Bij twijfel zal bij de kerkelijk voorganger of leider van de kandidaat een referentie worden gevraagd.
  7.  Van een bestuurder wordt verwacht dat deze volledig de doelstellingen van de stichting zal onderschrijven, en hieraan in redelijkheid zal meewerken naar beste kunnen.

Artikel 4
BESTUUR: TAAK EN BEVOEGDHEDEN

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
  2. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, tenzij het besluit wordt genomen met algemene stemmen van alle in functie zijnde bestuurders.
  3. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, tenzij het besluit wordt genomen met algemene stemmen van alle in functie zijnde bestuurders.
  4. Erfstellingen mogen slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.

Artikel 5
BESTUUR: VERGADERINGEN

  1. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden in Nederland op de plaats als bij de oproeping is bepaald.
  2. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar wordt een vergadering van het bestuur (de jaarvergadering) gehouden, waar in elk geval aan de orde komt de vaststelling van de balans en de staat van baten en lasten. Daarnaast wordt elk kwartaal een vergadering gehouden.
  3. Voorts worden vergaderingen gehouden, wanneer één van de bestuurders daartoe de oproeping doet.
  4. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur geschiedt schriftelijk met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, onder opgave van de dag, het aanvangstijdstip en de plaats van de vergadering, alsmede van de te behandelen onderwerpen (agenda).
    Op de agenda worden gebracht de onderwerpen die door één of meer bestuurders ten minste veertien dagen voor de dag van de vergadering schriftelijk aan het bestuur zijn opgegeven. De bestuurder die voor het bijeenroepen van vergaderingen een adres aan de stichting bekend heeft gemaakt kan tot de vergaderingen van het bestuur worden opgeroepen door een langs elektronische weg aan dat adres toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht.
  5. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Indien deze afwezig is voorzien de aanwezige bestuurders in de leiding van de vergadering. Tot dat moment wordt de vergadering geleid door de in leeftijd oudste aanwezige bestuurder.
  6. De secretaris notuleert de vergadering. Bij afwezigheid van de secretaris wordt de notulist aangewezen door degene die de vergadering leidt. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en notulist hebben gefungeerd. De notulen worden vervolgens bewaard door de secretaris.
  7. Toegang tot de vergaderingen van het bestuur hebben de in functie zijnde bestuurders en degenen die daartoe door het bestuur zijn uitgenodigd.

Artikel 6
BESTUUR BESLUITVORMING

  • Het bestuur kan in een vergadering alleen besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is.
    Een bestuurder kan zich in een vergadering door een andere bestuurder laten vertegenwoordigen nadat een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht is afgegeven. Een elektronisch vastgelegde volmacht geldt als een schriftelijke volmacht. Een bestuurder kan daarbij slechts voor één andere bestuurder als gevolmachtigde optreden. Is in een vergadering niet de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering. In deze tweede vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders worden besloten omtrent de onderwerpen welke op de eerste vergadering op de agenda waren geplaatst. Bij de oproeping tot de tweede vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.
  • Het bestuur kan bepalen dat bestuurders hun vergaderrechten kunnen uitoefenen
    – door middel van een elektronisch communicatiemiddel. Als het bestuur daartoe besluit gelden de volgende vereisten:
    – de bestuurder die op deze wijze aan de vergadering deelneemt moet via het elektronisch communicatiemiddel kunnen worden geïdentificeerd;
    – deze bestuurder moet rechtstreeks kunnen kennisnemen van de beraadslagingen ter vergadering en daaraan kunnen deelnemen;
    – hij moet het stemrecht kunnen uitoefenen. Het bestuur kan (verdere) voorwaarden stellen aan het gebruik van het elektronisch communicatiemiddel. Als het bestuur van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt, worden de gestelde voorwaarden bij de oproeping tot de vergadering bekend gemaakt.
    De bestuurder die via een elektronisch communicatiemiddel aan een vergadering deelneemt geldt als in de vergadering aanwezig.
  • Zolang in een vergadering alle in functie zijnde bestuurders aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statute gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
  • Het bestuur kan met algemene stemmen ook buiten vergadering besluiten nemen. Van een aldus genomen besluit wordt door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na mede-ondertekening door de voorzitter als notulen wordt bewaard.
  • Iedere bestuurder heeft het recht tot het uitbrengen van één stem.
    3. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
  • Alle stemmingen in een vergadering geschieden mondeling, tenzij één of meer bestuurders vóór de stemming een schriftelijke stemming verlangen.
    Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
  • Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  • In alle geschillen omtrent stemmingen beslist de voorzitter van de vergadering.

Artikel 7
BESTUUR: DEFUNGEREN

Een bestuurder defungeert:

  1.  door zijn overlijden of indien de bestuurder een rechtspersoon is, door haar ontbinding of indien zij ophoudt te bestaan;
  2. door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
  3. door zijn aftreden;
  4. door ontslag hem verleend door de gezamenlijke overige bestuurders;
  5. wanneer de bestuurder niet meer voldoet aan hetgeen in artikel 3 lid 6 is bepaald;
  6. door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek.

Artikel 8
VERTEGENWOORDIGING

  1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.
  2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuurders.
  3. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuurders, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

Artikel 9
BOEKJAAR EN JAARSTUKKEN

  1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
  2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
  3. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar
    a. de balans en de staat van baten en lasten van de stichting te maken, op papier te stellen en vast te stellen.
  4. Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden
    b. en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.
  5. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.

Artikel 10
REGLEMENTEN

Voor zover de statuten en/of de wet niet anders bepalen kan het bestuur één of meer
reglementen vaststellen waarin wordt opgenomen al hetgeen naar zijn oordeel regeling of nadere regeling behoeft. Een reglement wordt schriftelijk vastgelegd met vermelding van de dag waarop het van kracht wordt, welke datum niet kan zijn gelegen vóór die waarop het besluit werd genomen.
Voor zover de statuten en/of de wet niet anders bepalen kan het bestuur elk reglement wijzigen en ook intrekken. Op de vaststelling, wijziging en beëindiging van het reglement is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11
STATUTENWIJZIGING

  1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Een besluit tot statutenwijziging moet met algemene stemmen worden genomen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
  2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Iedere bestuurder afzonderlijk is bevoegd de desbetreffende akte te verlijden.
  3. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.

Artikel 12
ONTBINDING EN VEREFFENING

  1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.
  2. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van overeenkomstige toepassing.
  3. Indien het bestuur besluit tot ontbinding wordt tevens de bestemming van het liquidatiesaldo vastgesteld. Bij opheffing van de stichting wordt een batig liquidatiesaldo besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een soortgelijke doelstelling, en die als zodanig is geregistreerd.
  4. Na ontbinding geschiedt de vereffening door de bestuurders, tenzij bij het besluit tot ontbinding anderen tot vereffenaars zijn aangewezen.
  5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon.
  6. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.

Artikel 13
FUSIE; SPLITSING; OMZETTING

Op een besluit van het bestuur tot fusie of splitsing in de zin van Titel 7 van Boek 2
Burgerlijk Wetboek en op een besluit van het bestuur tot omzetting van de stichting in
een andere rechtsvorm overeenkomstig artikel 2:18 Burgerlijk Wetboek, is het bepaalde in artikel 11 l zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, onverminderd de eisen van de wet.

Artikel 14
SLOTBEPALINGEN

  1. In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.
  2. Onder schriftelijk wordt in deze statuten verstaan elk via de gangbare communicatiekanalen overgebracht bericht, waarvan uit geschrift blijkt.
  3. Het eerste boekjaar van de stichting eindigt op eenendertig december tweeduizend zestien.